Jehova's getuigen, deur-tot-deur-verkopers, internetproviders en SOS Kinderdorpen
Woensdag 15 Juli 2009
Jehova's getuigen, deur-tot-deur-verkopers, internetproviders en SOS Kinderdorpen. Welke hoort óók in het rijtje? De laatste. Sinds een paar jaar groeit mijn aversie jegens hongerige en zieke kinderen in Kenia. Sorry. Dat komt door de mooi opgemaakte en goedgeklede meisjes die jullie problemen verkopen op het Stadhuisplein in Utrecht.
'Zou ik u iets mogen vragen?', flirt ze aan je.
Het heeft me enige tijd gekost, maar inmiddels ben ik er heel goed in geworden.
Regel 1 is oogcontact vermijden.
Regel 2 is geen twijfel tonen en nóóit excuses maken. Dat is een aanknopingspunt, vertel mij wat. Smeerlappen. Want binnen een paar seconden hebben ze je een schuldgevoel van hier tot ginder aangepraat ('de levens van deze kinderen hangen aan een zijde draadje. met een kleine bijdrage kan je hun leven redden. als je doorloopt heb je bloed aan je handen. nare schaamtevolle westerling, je verdient het om te sterven. prettige middag!'). En dan denk je, 'ach, die paar euro per maand..' en heb je een mooie lipgloss voor het meisje met de multomap mede mogelijk gemaakt. Geven voelt beter dan nemen. Bedankt. Maar tegenwoordig gaat het dus anders.
'Zou ik u iets mogen vragen?'
'Nee.' En geen moment vaart verminderen. Ik heb wel wat beters te doen. Een nieuwe dvd kopen bijvoorbeeld.
Na een paar maanden besloot ik mijn abonnement op SOS Kinderdorpen weer van de hand te doen en sindsdien heb ik veel post van de beste mensen mogen ontvangen. God, ik denk dat de kosten van de briefpost mijn kant op aardig uitbalanceert met de euro's die ik ze ooit eens heb gedoneerd. En dat scheur je dan allemaal door en hopla de papierbak in.
Vandaag werd ik opgebeld door een welbespraakte jongedame. Of ik een moment voor haar had. Jawel, want mijn moeder heeft me geleerd beleefd te zijn.
Waarom ik eerder geld aan hun heb overgemaakt. Dus ik leg haar uit hoe dat ging met die onweerstaanbare blik van die meisjes op het Stadhuisplein in Utrecht. Ze zegt dat ze dat vaker heeft gehoord. Dan volgt de onvermijdelijke verkoopstory. Iets met Keniase kinderen, 20 stuks (kleinschalig verkoopt goed, ik zie ze al voor me), aids of iets dergelijks. Ik luister niet echt. 'Bent u bereid nogmaals uw steun aan SOS Kinderdorpen te verlenen?'
Ik heb geoefend: 'Nee.' Geen twijfel.
Stilte. 'En mag ik vragen waarom niet?'
'Nee.' Geen twijfel tonen.
'Oh, dat is heel bijzonder. Dan wens ik u een prettige dag.'
Ik heb haar ten slotte nog even gevraagd of ze me niet meer van die post willen sturen. Ze drukte me op het hart dat ze me voortaan haar handgeschreven, zelfgepapiermachede liefdesbrieven die mij een korte weg naar een goed gevoel over mezelf konden bieden niet meer zal toesturen. Ze klonk verdrietig. Hoe kon iemand zo kil zijn? Wat een ijskoud hart. Waar gaat het heen, als niemand nog bereid is zijn steentje bij te dragen? Ik trooste haar, depte haar tranen en zei dat ik mezelf ook niet begreep.
Oh nee. Zo ging het helemaal niet.
Ik hing op. Met een schuldgevoel. Verdomme. Kutjehova's.
Geen reacties


































